Gesprek met Dagblad v/h Noorden
13-03-2019 22:37:09 

De krokettenkoning van Nieuw-Weerdinge: ‘Ik was vroeger een vrijbuiter’

‘Het bestaan is mooi, maar ik ben gedurende het levenspad wel wat naasten om mij heen kwijtgeraakt aan de dood. Daar denk ik op gezette tijden zeker aan.’ Een openhartig gesprek met Rien Prinsen, de krokettenkoning van Nieuw-Weerdinge.

‘Ga lekker zitten’, zegt Rien Prinsen zodra hij de deur open hoort gaan. Het  belletje er boven doet denken aan vroegere tijden, zoals die van goed gevulde SRV-wagens en melkboeren die bij mensen thuiskwamen. Maar Prinsen is allesbehalve ouderwets. Zijn goed gekapte haren, strak gesneden overhemd en hippe sokken verraden iemand die met z’n tijd meegaat. ‘Koffie?’ vraagt de ondernemer vriendelijk, voordat hij zich aan een van z’n eigen tafeltjes nestelt.

Op de vraag of Prinsen een guilty pleasure heeft, moet de ondernemer lachen. ‘Als ik heel eerlijk ben, heb ik dat niet. Mensen mogen alles van mij weten, ik heb geen geheimen.’ De geboren Klazienavener neemt een slok van z’n koffie. ‘Ik ben een open boek.’

Geen slechte jeugd
Op 11 april 1954 zag Rien Johannes Catharinus Prinsen het levenslicht. ‘Mijn ouders waren katholiek en mijn zus en ik werden gelovig opgevoed. Tegenwoordig ben ik passief katholiek. Ik geloof wel, maar ga al een hele tijd niet meer naar de kerk. Ik ben niet meer actief bezig met God.’

De jonge jaren van Prinsen werden gekenmerkt door eenvoud. ‘Het duurde bijvoorbeeld wel eventjes voordat we een auto hadden.’ Glimlachend vult Prinsen aan: ‘We hadden wel twee brommers.’ Verder zorgden spelen, ravotten en voetballen voor veel afwisseling. ‘En mijn zus beschermde me altijd als ik ruzie had met kinderen uit de buurt. Desnoods met een schop die ze uit de schuur haalde.’

Moeder Prinsen was huisvrouw en zorgde ervoor dat thuis alles op rolletjes liep. ‘Mijn vader was een eigenwijze man die heel lief en goed was voor iedereen. Hij werkte als calculator bij de Algemene Kunstzijde Unie in Emmen, de voorouder van AkzoNobel. Elke dag ging hij trouw vanuit Klazienaveen op de fiets naar z’n werk, om vervolgens later het zelfde stuk weer te fietsen naar huis. In weer en wind. Als hij dan vrijdags op de terugweg langs de visboer kwam, nam hij gebakken vis voor ons mee. Of m’n passie voor lekker eten toen is begonnen? Bah, nee man! Bluh.’

Passie voor lekker eten of aanleg voor koken zit niet in de familegenen, erkent Prinsen. ‘Je at wat de pot schafte. We gingen ook heel weinig uit eten. Dus geen bijzondere luxe. Maar daar stond je ook niet bij stil.’ De band tussen zoon en ouders was overigens prima. ‘Ik heb nooit problemen met ze gehad’, mijmert Prinsen. ‘Ze lieten ons erg vrij. Ik heb absoluut geen slechte jeugd gehad.’

De wijde wereld in
Tot z’n vijftiende woonde Prinsen in Klazienaveen. ‘Ik zat op het uitgebreid lager onderwijs, de ulo, maar dat heb ik niet afgemaakt. Zo slim was ik niet. Ik leerde nooit. Tja, wat moet je als jonge gozer dan, hè?’ Het blijft even stil; Prinsen bouwt de spanning op, om vervolgens met een glimlach te onthullen: ‘Ik ging varen en  meldde me aan bij de Koninklijke Marine.’

Prinsen begon met het schrobben van dekken. ‘Dat vond ik prima, want je had niet te veel gezeur aan je kop. Maar later ging ik navigatie- en radarwerk met vliegtuigen doen. Het werk bij de marine heeft de basis gelegd voor hoe ik nu ben: niet lullen, maar poetsen. Al moet ik zeggen dat ik een beetje ouwehoeren met m’n klanten toch wel erg leuk vind.’

Hoewel hij geweldige jaren heeft meegemaakt op zee, staat Prinsen ook stil bij heftige momenten die hij heeft ervaren terwijl hij in dienst was. ‘Het kwam weleens voor dat collega’s heimwee hadden, gepest werden of niet meer tegen het isolement konden. Die sloegen dan door. Soms vonden we dan op een gegeven moment schoenen aan op het dek.’ Prinsen is even stil als hij aan die gebeurtenissen denkt. ‘Dan was diegene dus gewoon overboord gesprongen. Voorgoed opgenomen door de zee.’

Terug aan land
Na zes jaar in de marine en de wereld te hebben verkend, kwam Prinsen weer definitief aan land. ‘Ik heb toen even gewerkt in de industrie, maar dat was geen succes in verband met allergische reacties op de chemische stoffen.’ In 1978, op 23-jarige leeftijd, kwam Prinsen in de horeca terecht. ‘Toen voelde ik me op m’n gemak. Mensen helpen, bedienen, blij maken... dat doet me écht goed.’

Om dat zo goed mogelijk te doen, volgde Prinsen diverse horecacursussen en haalde diploma’s. ‘Ik ging me bijvoorbeeld verdiepen in wijn en haalde als een van de eersten in Nederland daarin een certificaat. Ik ben een groot liefhebber van wijn geworden. Dat houdt me onder andere jong en ik leer er elke dag nog over. Mijn vrouw en ik zijn tegenwoordig altijd op zoek naar de beste wijnen die onze kroketcreaties complementeren .’

Het echtpaar begon in Frankrijk, waar ze op zoek gingen naar de perfecte druivensoort. Prinsen vertelt geamuseerd: ‘We kwamen aan bij een wijnboer, klopte aan en vroegen of we er konden werken. De boer gaf aan daar geen geld voor te hebben. We zeiden dat we het gratis wilden doen om ervaring op te doen. Je snapt het al: dat was natuurlijk geen probleem. Na een paar dagen hard werken, kregen we bij het afscheid een grote doos vol flessen wijn mee. Nou, de volgende dag lagen al die flessen leeg om onze tent verspreid! Wat een heerlijke wijn!’ Prinsen stopt even, want er verschijnt een ondeugend glimlachje op z’n gezicht. ‘En ik moet bekennen: negen maanden later werd onze zoon geboren. Die is tussen die wijnranken verwekt. Ik heb nog een paar flessen wijn van dat jaar in de kelder staan. Die breek ik uiteraard niet aan.’

Zus
Prinsen zit vol mooie of bijzondere verhalen die hij energiek vertelt. Maar wie diep in z’n ogen kijkt, ziet ook verdriet. Zodra er bijvoorbeeld over zijn zus gesproken wordt, krijgt de horecaman het even moeilijk. Slikkend en vechtend tegen de tranen bekent hij dat we nu dichtbij pijnlijke emoties komen. 

‘Mijn zus is onlangs op 57-jarige leeftijd overleden. Dat heeft me enorm aangegrepen. We konden goed met elkaar overweg. We verschilden wel, alhoewel we allebei als vrijbuiter begonnen in het leven. Ik stapte daar vanaf toen ik mijn vrouw leerde kennen, maar mijn zus bleef een avonturier en ging al zwervend de wereld over. (NAAM ZUS) is als hippie geboren en als hippie gestorven.’

Met niet meer dan een rugtas ging de zus van Prinsen naar Australië, Indonesië en andere landen. ‘Daar wilde ze dan indrukken op doen, mensen leren kennen en steden zien. Maar ze was wat onrustig, ze wilde constant verder. Die levensstijl botste op een gegeven moment wel met die van ons, omdat die steeds verder van ons stond. Maar we hielden wel altijd contact.’

Prinsen neemt even een moment voor zichzelf als de vraag wordt gesteld hoe z’n zus is overleden. ‘Ze wilde niet meer. Ze leidde haar leven als een kluizenaar en het was op een geven moment gewoon op. Daarnaast was ze bepaald geen gezondheidsgoeroe; een jointje rookte ze graag. Nou ja, op een gegeven moment hield haar hart er mee op. Een vriend heeft haar op de bank aangetroffen.’

Haar as heeft Prinsen met een klein select groepje rond een hunebed verspreid. ‘Daar kwam (naam zus) graag om te mediteren. We hadden onze zaklantaarns op de mobieltjes aan en draaiden muziek van Roy Orbinson. Daar luisterde ze vaak naar. Het was een mooi afscheid.’

Lekkerbek
Prinsen vertelt dat hij eigenlijk geen prater is. ‘Ik bespreek mijn emoties bijna nooit; ik heb daar geen behoefte aan. Ik verwerk het op mijn eigen manier.’ Prinsen wijst naar een van de borden met daarop handgeschreven menu’s. ‘Ik praat liever over eten en drinken.’

De 63-jarige lekkerbek staat in de wijde omgeving bekend om zijn befaamde kroketten die vaak uit bijzondere combinaties bestaan. ‘We hebben heel veel soorten. Zo hebben we de bloedworst-kroket of de variant met truffel met daarboven op geraspte parmezaan. We zoeken constant naar nieuwe recepten.’ Prinsen doet een kleine bekentenis: ‘Ik ben de bedenker en maker van de inhoud van de kroket, mijn vrouw doet de buitenkant. Volgens haar ben ik te slordig in de details.’

In 2016 werd Prinsen uitgeroepen tot Meest Markante Horecaondernemer in de regio Drenthe 2016/2017. ‘Dat deed ons heel veel. Het is een stukje erkenning voor onze inzet. Zo kwam laatst een 90-jarige mevrouw bij ons. Na het eten van een kroket keek ze me aan en zei: ‘U laat me als een jong meisje voelen’. Dat is toch geweldig! Daar doe ik het voor.’

Prinsen gaat regelmatig over de landsgrenzen kijken om inspiratie op te doen voor z’n hapjes. ‘Dan zoek ik samen met m’n vrouw restaurants op in Duitsland, Frankrijk of België en kijken we wat daar op de kaart staat. We laten ons dan graag prikkelen door andere horecaondernemers die weten waar ze mee bezig zijn.’

Drijvende kracht
‘Mijn vrouw is mijn drijvende kracht.  Zij steunt me door dik en dun en zorgt voor orde en structuur. Ik ben soms wel te gemakkelijk in dingen, een sloddervos.’ Edel, de vrouw van Rien Prinsen, hoort de opmerking en lacht. ‘Ja, het klopt. Hij is wel een sloddervos, hoor.’

Prinsen: ‘Ik heb Edel op 18-jarige leeftijd leren kennen toen ze stond te liften. We namen haar toen mee. Ze had een tas bij zich met daarin een foto van haarzelf. Die heb ik eruit gepikt, want op de achterkant stond haar adres. We begonnen vervolgens met schrijven. Per brief kregen we verkering. We zijn nu 42 jaar gelukkig getrouwd.’

Wat betreft de toekomst is Prinsen optimistisch. ‘We willen onze focus gaan verleggen van cafetaria naar exclusief krokettenrestaurant waar je ook een heerlijk wijntje kunt drinken. Die ideeën zijn nog wat pril, maar dat zouden we geweldig vinden. Ik ben dan 63, maar ik voel me veel jonger. Ik bruis nog van de ideeën!’ 

Tot slot
Het gesprek met Prinsen loopt op z’n einde. Voor iemand die niet veel over z’n emoties wil praten, is de krokettenkoning uit Nieuw-Weerdinge behoorlijk openhartig geweest. Is er nog iets wat hij kwijt wil? ‘Ik kijk geen weerberichten en volg al helemaal geen politiek. Ik leef met de dag. Ik maak me bijna nooit ergens zorgen over. Je zult me ook niet betrappen op het voeren van een discussie, er is al genoeg gezeur. Ik wil mensen liever blij maken met onze kroketten.’

Terug naar het overzicht